Visie

Er was eens een rups die zich anders voelde dan andere rupsen. De andere rupsen keken allemaal naar de grond, op zoek naar blaadjes. Deze rups keek heel vaak naar de blauwe hemel, de zon en de wolken. Op een dag streek er een libelle bij hem neer. De libelle keek naar de rups en vroeg: ‘Ik hou je nu al een paar dagen in de gaten maar waarom kijk jij de hele dag naar de hemel en de wolken?’
‘Omdat ik daar ga vliegen’, zei de rups alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.
‘Hoezo?’ zei de libelle. ‘Jij bent een rups en je kunt niet vliegen.’
De rups keek de libelle vol zelfvertrouwen aan en zei: ‘Ik zie er nu nog niet uit als een vlinder, maar dat komt omdat ik nog moet groeien. Maar ik ben eigenlijk al een vlinder.’
De libelle keek hem hoofdschuddend aan en vloog weg. Enkele dagen later zat de rups in de cocon. De libelle streek op de cocon neer en zei: ‘Zie je nu wel, jij kunt helemaal niet vliegen en nu zit je nog gevangen ook.’
‘Ik zie eruit als een rups, omdat ik nog steeds moet groeien,’ zei de rups opnieuw met zelfvertrouwen. ‘En ik zit niet gevangen want ik kan de hele tijd dagdromen over de blauwe hemel, de wolken en de zon waar ik eens zal vliegen. Ik ben namelijk een vlinder.’
De libelle zuchtte eens diep en vloog weer weg. Wat een eigenwijze rups is dat toch, dacht hij.
De tijd verstreek en op een mooie lentedag zat de libelle hoog op een tak in een boom van de zonnestralen te genieten. Ineens streek er een vlinder naast de libelle neer.
‘Ken je me nog libelle?’ vroeg de vlinder.
De libelle keek verstoord naar rechts.
‘Ik ben die eigenwijze rups,’zei de vlinder, ‘die toen al wist dat hij een vlinder was. Kijk eens naar mijn prachtige kleuren, ik wist al dat ik die zou krijgen, ook al geloofde je me niet. Ik wist dat omdat ik een vlinder ben en ik ben precies goed zoals ik ben!’
Toen vloog de vlinder weg, hoger en hoger, naar de blauwe hemel en de wolken. De zon scheen op zijn prachtige vleugels en de libelle keek hem na.
Hij is nog steeds eigenwijs, dacht hij, ook al is hij nu inderdaad een prachtige vlinder!

Uit: Mieren in je buik, door Priscilla van Lierop

Ik vind dat ieder kind, iedere jongere en iedere volwassene het recht heeft om zichzelf te mogen zijn. Om voor zichzelf op te komen en zijn of haar grenzen aan te geven. In ieder mens schuilt een mooie vlinder, soms verstopt door datgene wat hij/zij meemaakt/heeft meegemaakt. Ieder mens kan zich ontpoppen van een rups tot een mooie vlinder en alle kleuren (eigenschappen) die hij of zij heeft laten zien. Vandaar de naam ‘De Kleurrijke Vlinder’.

Comments are closed.